Osmose: Niet schilderen maar renoveren!


Hydrolyse, het verschijnsel waarbij polyster door wateropname uiteenvalt, is niet te stoppen en ook niet te repareren met een tweecomponenten verfsysteem, zeggen Willem-Jan van de Kerke en Hans Mombers. Zij weten waar ze over praten. Vanuit hun kennis en ervaring zijn ze tot behandelmethoden gekomen die afwijken van hetgeen gebruikelijk is. Van de Kerke was namens fabrikant DSM Resins betrokken bij het ontwikkelen van harssoorten voor maritieme toepassingen. Hij repareert hier nu zelf jachten mee. Mombers is bedenker van de gelcoat schilmachine en heeft een jarenlange ervaring met repareren van polyester jachten.

'Een zeer zorgvuldig gebouwde polyester romp zal niet snel water opnemen en dan duurt het erg lang voor osmose optreedt, of verzwakking van het onderwaterschip als gevolg van hydrolyse. Ik ken echter maar weinig schepen die zo goed zijn gebouwd. Van de meeste merken die in Nederland zijn verkocht, heb ik de afgelopen zeventien jaar wel eens een schip gerepareerd', zegt Hans Mombers. 'Een somber verhaal? Absoluut niet. Maar ik denk wel, dat gerekend over een periode van pakweg twintig jaar, de onderhoudskosten van een polyester jacht weinig verschillen met andere bouwmaterialen. Bij hout of staal worden de kosten van schilderen over de jaren heen verdeeld. Met polyester krijg je die kosten na 20 of 25 jaar in een keer op je dak. Volgens mij wordt bij de aankoop van oudere polyester jachten nog te weinig rekening gehouden met dit 'uitgestelde onderhoud'.

Kijk maar eens wat het schilderen en de osmosebehandeling van de Loeff heeft gekost: aanmerkelijk meer dan de aanschafprijs v an 35.000 gulden. En jullie Contest is steviger gebouwd dan veel andere jachten uit die tijd. Sommige schepen zijn door wateropname zo slap geworden, dat als ze hier op de wal worden gezet, de huid naar binnen wordt gedrukt ter plaatse van de stempels van de bootsteunen. Daarom is mijn visie: stel repareren niet te lang uit. Naarmate de hydrolyse verder is doorgezet, wordt het steeds moeilijker en dus duurder om een onderwaterschip weer voldoende sterkte terug te geven.'

Polyester lost op in water

'Bij veel oudere polyester jachten zie je inderdaad, dat niet osmose het probleem is, maar de aantasting door hydrolyse', beaamt Willem-Jan van de Kerke. 'Jachten waarbij dit gebeurt, herken je aan het hoge zuurgehalte in het laminaat. En na het verwijderen van de gelcoat aan de vele witte plekken en losliggende glasvezels.' Mombers en Van de Kerke wijzen op hun bedrijven de voorbeelden aan: op de geschilde huid is aan de afscheiding tussen gezonde en aangetast polyester te zien, hoe diep schepen in het water hebben gelegen. Met de opmerking van Hans Mombers over stempels die in de huid drukken, ligt de volgende vraag op onze tong: welke gevolgen heeft hydrolyse voor de sterkte van de boot? Harsfabrikant DSM Resins heeft daarop wel een antwoord uit het laboratorium: proefplaatjes van vier millimeter dik van een slechte kwaliteit laminaat hebben na twee jaar nog maar 70 procent van de oorspronkelijke sterkte. 'De waarde mag je echter niet klakkeloos doortrekken naar dikke re laminaten', waarschuwt Rob van de Laarschot van Euroresins Benelux. 'De wateropname waar we het bij jachten over hebben is een zeer langdurig proces, waarbij ook tal van andere factoren een rol spelen.'

Hans Mombers durft vanuit zijn ervaring wel een getal te noemen: 'Ik schat dat door ernstige hydrolyse bij een huiddikte van tien millimeter de oorspronkelijke sterkte minstens met vijfentwintig procent is afgenomen. In zo'n geval zullen wij niet alleen de gelcoat schillen, maar adviseren om eveneens enkele millimeters van het aangetaste laminaat te verwijderen. En natuurlijk moet je dit materiaal ook weer terugbrengen: voor de sterkte en om de wateropname te stoppen. Wij gebruiken hiervoor epoxyharsen en niet te dikke glasvezels. Glasmatten zijn bij mij taboe, vanwege de gevoeligheid van de gebruikte bindmiddelen. En epoxy is weliswaar minder eenvoudig te verwerken dan polyesterhars, maar de dampdichtheid is ongeveer driemaal hoger en de mechanische hechting is veel bete r. Het vochtgehalte in een laminaat is overigens nauwelijks van invloed op die hechting, in tegenspraak tot wat iedereen beweert. Je moet namelijk bedenken dat het zelfs bij een kletsnat laminaat gaat om slechts enkele procenten water. Plaatselijke aantastingen zoals blaren vullen we na schillen en drogen met epoxyhars die is ingedikt met glasparels. Over een aldus gerepareerd waterschip zetten we meestal niet meer dan een of twee lagen epoxyverf.'

Alternatief voor polyester

Willem-Jan van de Kerke is vanuit zijn research-achtergrond en praktische ervaring tot een wat andere aanpak gekomen dan Mombers. 'Bij een licht tot matig vochtgehalte en niet te veel blaasjes, is mijn advies: eerst lokaal behandelen en de romp zonder antifouling te laten drogen gedurende de winter. Als het drogen lukt, kan je een afsluitende laag aanbrengen op de geschuurde gelcoat, korrel 80. Hiervoor gebruik ik Atlac 580 ACT, een vinylesterhars van DSM Resins, waarvan de dampdichtheid die van epoxy benadert of zelfs overtreft. Bij ernstige aantasting moet je natuurlijk geen jaren wachten en geef ik de voorkeur aan stralen om de gelcoat te verwijderen. Dankzij de mechanische belasting van stralen worden meteen de zwakke, aangetaste delen verwijderd. Na droging worden de beschadigingen goed geimpregneerd met vinylesterhars en als die nog niet uitgehard is, gevuld met hars ingedikt met glasparels. Als bescherming tegen nieuwe vochtopname gebruik ik nonwoven glasvliezen van 80 gram/m2 en dezelfde vinylesterhars, waardoor een droge laagdikte van ten minste een mm ontstaat. Deze hars is vergevingsgezinder en voor de ervaren doe-het-zelver makkelijker te verwerken dan epoxyhars. De laagdikte die je hiermee bereikt, is minstens het dubbele van een tweecomponenten verfsysteem. Daarom bestaat de afwerking slechts uit een enkele laag GP Coating van Sikkens of Gelshield van International.

Op dit systeem geef ik, met een jaarlijkse inspectie, vijf jaar garantie. Kielvlakken, scheggen en roeren zijn hiervan uitgezonderd. De ervaring leert dat die delen door de kernmaterialen niet of moeilijk willen drogen. Jullie metingen op de Loeff tonen dit ook aan. De Atlac 580 ACT hars die ik voor reparatiewerk en osmosebehandelingen gebruik, wordt inmiddels ook geleverd aan sommige nieuwbouwwerven. Die passen de hars toe als buffer tegen wateropname in de eerste laag onder de gelcoat. Willem-Jan van de Kerke is bereid om watersporters te helpen die een osmosebehandeling niet uit kunnen laten voeren. Hij denkt daarbij aan een cursus, inspectie en alle materialen.